Van Assisi naar Rome

Van Assisi naar Rome

In de voetsporen van de heilige Franciscus trekken we van 25 mei tot 14 juni te voet naar Rome. Met dertien man zullen we het prachtige en inspirerende landschap van midden-Italië doorkruisen. We laten ons meevoeren door de weg en de reis die we samen maken. Vanaf 25 mei zal via dit blog verslag gedaan worden van onze reis. Het blog op deze site wordt dagelijks geschreven door Jan van Blarikom. Miranda Dieleman houdt een eigen blog bij: https://vestje.wordpress.com/ 

Lees hier het volledige blog terug!

Van 25 mei tot 14 juni wandelde een groep van 13 van Assisi naar Rome. Een bijzondere tocht van maar liefst 300 km. Benieuwd hoe de reis is verlopen? Lees hier het volledige blog terug, dagelijks bijgehouden door Jan van Blarikom.

Terug naar huis

Woensdag 13 juni. Galleria Borghese. Afscheid van Rome. Zonder tegenstellingen staat het leven stil, zegt Heraclitus. In de Galleria tracht Daphne aan Apollo te ontkomen, ze verstart tot een laurierboom.

Proserpina wordt geroofd door Pluto, naar de onderwereld. Zijn vingers zakken weg in haar marmeren been. Moeder Aarde is ontroostbaar om het verlies van haar dochter. Zeus zorgt voor een compromis: in de winter zal ze in de onderwereld blijven, in de lente komt ze boven.

Vol van indrukken gaan we terug naar huis. Ieder met zijn eigen verhaal.

Te veel schoonheid

Dinsdag 12 juni. De Sixtijnse kapel. Hoeveel schoonheid kan een mens verdragen voordat hij psychotisch wordt? Het staat bekend als het syndroom van Stendhal: zoveel schoonheid om je heen, dat je er gek van wordt.

In het beroemde fresco van Rafaël, de Atheense school, wijst Plato naar de hemel en houdt Aristoteles ons met de voeten op de grond. In de Sixtijnse kapel spatten de schilderingen van Michelangelo van het plafond af.

Wanneer we naderhand weer bij zinnen komen, met sterke Italiaanse koffie, vraagt een van de groepsgenoten bezorgd of wij ook engelen van het plafond zagen komen. Plagend ontkennen we in koor, en wijzen hem op het gevaar van psychose. Maar zonder enige twijfel was zijn waarneming correct – de engelen vlogen door de kapel.

Indrukken van een wereldrijk

Maandag 11 juni. Forum Romanum. Wat zoekend dwalen we rond tussen de paar stenen resten van de oorsprong van de Europese beschaving. Het zijn nog maar enkele zuiltjes die ons eraan herinneren dat het hier allemaal begon. De plek waar een paar dorpen samenkwamen - mogelijk begon het als een gemeenschappelijke begraafplaats - groeide uit tot een wereldrijk.

Buiten opvallend weinig verkopers van prullaria. Al snel wordt duidelijk waarom. Af en toe wordt de jacht ingezet door stoere motoragenten. De weinige verkopers vluchten achter de heilige heuvels weg.

Het Colosseum verbijstert vooral. Het wil niet echt doordringen wat zich hier afspeelde. Reality-tv 1e eeuw n. Chr.

De indrukken stapelen zich op, in deze stad met zijn gelaagde geschiedenis. Een stuk gekoelde watermeloen smaakt heerlijk aan de rand van de Tiber.

We zijn er!

Zondag 10 juni. Monte Sacro - Rome (Sint-Pieter), 15 km. Romeinen zijn gelukkig liefhebbers van mountainbiken. Een wandel-fietsroute leidt ons nu door de urban jungle van de Romeinse voorsteden. We passeren een prachtige, ingetogen moskee, gebouwd in betere tijden. Links van ons weer een sportclub, want de Romeinse burger koestert zijn lichaam op de zondagochtend als een tempel.

Dan verschijnt vrij plotseling de Ponte Milvio: een oeroude verbinding over de Tiber. We zijn in Rome. Lastige laatste kilometers langs de oever - om 10.00 uur is het al 32 graden. Tussen de pracht en praal van de Sint-Pieter staan we er wat verloren bij. Een haveloze bende uit Zeeland met een gouden team spirit.

Examen

Zaterdag 9 juni. Monterotondo – Monte Sacro, 23 km. De ochtend begint met een mooie wandeling door de graanvelden. We klimmen een heuvel op, en daar in de verte liggen ineens de voorsteden van Rome. Heel ver weg, een witte stip aan de horizon, ontwaren we zelfs de koepel van de Sint-Pietersbasiliek. En dat op anderhalve dag wandelafstand.

Maar het is nog niet gedaan met de bedevaart. Een ogenblik later missen we collectief een afslag en zijn we verdwaald. Drie mountainbikers zetten ons weer op de juiste route.

Nu volgt het moeilijkste deel van de tocht. Urenlang door de voorsteden van Rome, in de hitte, met het helse Italiaanse verkeer – dat vraagt het uiterste aan onderlinge afstemming. Alsof we een examen moeten afleggen voordat we het Sint-Pietersplein mogen betreden. Morgen het laatste deel, we gaan het halen.

Twee bakjes perziken

Vrijdag 8 juni. Ponticelli – Monterotondo, 30 km. Van tevoren de meest gevreesde etappe. Om de hitte voor te zijn, vertrekken we om 6.00 uur. Een nieuw landschap. Dalen met kleine percelen vruchtbomen. Kersenbomen zwaar beladen met donkerrode vruchten. Abrikozen, vijgen, steeds maar een paar rijen – dan weer druivenstokken waarvan de ranken op plukhoogte geleid worden.

Een perzikboom levert misschien twee bakjes op à €4,95 in de Nederlandse supermarkt. Dit verdient toch niet? Italië tart de wetten van de economie.

Middagpauze op een picknickplaats in de schaduw. Na de lunch even uitgestrekt op de houten banken. Een beek ruist op de achtergrond, een merel zingt boven ons, andere vogels nemen de melodie over en zingen verder – we verlaten de tijd.

In de zinderende middagzon komen ons twee schaars geklede Sabijnse maagden tegemoet.

De herder en de herderin

Donderdag 7 juni. Poggio San Lorenzo - Pontice, 22 km. De wandelingen zijn zwaar. Deze ochtend een scherpe afdaling, onder in het dal door een beek en dan weer een steile klim. We zijn 5 km gevorderd in twee uur tijd en volledig uitgeput. Dan moeten we nog 18 km en het is al zo warm. Het is ongelofelijk wat deze groep voor elkaar krijgt.

Het landschap is ruiger, maar van een overweldigende schoonheid. Verlaten boerderijen, schuren van golfplaat. In de bocht van de weg ontmoeten we een meisje van 16, schaapsherderin, dat met een lange stok drie grote berghonden in bedwang houdt.

Even later een kudde geiten, in een natuurgebied vol met steeneiken die op de heuveltoppen groeien. Een hond zonder baas hoedt de kudde. Ovidius is met zijn Metamorfosen nooit ver weg. Een herder kan zomaar in een steeneik veranderen.

Pasta

Woensdag 6 juni. Rieti – Poggio San Lorenzo, 24 km. We bevinden ons inmiddels in de regio Lazio. Het landschap wordt wat minder pittoresk, alsof de strakke Romeinse lijnen voor de dag komen. We volgen delen van de Antica Via Salaria. Nog voor de Romeinen werd deze weg door de Sabijnen gebruikt om gewonnen zout van de kust naar het binnenland te vervoeren.

's Middags passeren we precies om lunchtijd Ristorante Regina. De bazin schotelt ons sneller dan het licht zes gangen pasta voor. Dat leidt bij ons tot metafysische discussies. Moet een appel op de hoogte zijn van de wetten van de zwaartekracht om naar beneden te kunnen vallen? De meningen blijven verdeeld.

Rustdag in Rieti

Marco Terenzio Varrone beschreef Rieti in de 1e eeuw v. Chr. al als de Umbilicus Italiae: de navel van Italië. Voor wat het waard is, maar als je door de laars van Italië een verticale lijn van noord naar zuid trekt, en door het midden van Italië een horizontale lijn van oost naar west, dan ligt het snijpunt precies op 100 meter van het hotel waar wij vandaag een rustdag houden.

Morgen beginnen we aan het tweede deel van de wandeltocht, 100 km in 5 dagen, op weg naar Rome.

Met een oprecht hart

Maandag 4 juni. Poggio Bustone – Rieti, 18 km. We volgen een pad laag door de heuvels, met het dal van Rieti steeds aan onze rechterhand. Cantalice is een dorpje dat schilderachtig tegen een heuvel is gelegen. Van beneden naar boven volgen we oude, stenen trappen. Nonchalant tussen andere huizen ingeklemd, staat een kerkje uit de 12e eeuw, Chiesa Maria della Misericordia, met een tekst die uitnodigt een pas op de plaats te maken:

Con il cuor sincero

La mente pia qui ferma

Il passo a salutar Maria

(Met een oprecht hart

stopt hier de vrome geest

om Maria te begroeten)

We zijn vandaag in een filosofische stemming. Spinoza, Descartes... het komt allemaal aan de orde. We bestaan om te twijfelen en alles wat je denkt, ben je niet.

Niets te vrezen

Zondag 3 juni. Piediluco – Poggio Bustone, 29 km. Een lange klim, de heuvelrand over (1100 m) om in het mooie dal van Rieti te komen. Dit is een voettocht naar Rome. Halverwege zijn we nu, met de nodige inspanning. Franciscus leefde in de gelofte van armoede. Hij had nooit iets bij zich. Als God bepaalt dat de mussen dood van het dak vallen, wat zou Franciscus dan te vrezen hebben? Hij bedelde zijn voedsel bij elkaar. Zelfs de bomen in het bos bogen hun takken als bescherming om hem heen.

Wij zijn niet op reis als Franciscus. ’s Avonds staat de tafel gedekt in het hotel. Maar ieder heeft op zijn eigen manier wat achtergelaten en niemand weet wat ervoor terugkomt. 

Festa della Repubblica Italiana

Zaterdag 2 juni, Arrone – Piediluco, 18 km. Een flinke klim brengt ons naar het gebied van de watervallen van Marmore (die we letterlijk en figuurlijk links laten liggen). We volgen een kanaal, aangelegd in strakke lijnen die ooit symbool stonden voor vooruitgang. Het straalt nog de moderniteit uit die Benito Mussolini in de jaren ’20 zo graag voor Italië wilde. De onstuimige rivier Nera wordt zo in het meer van Piediluco gedwongen. 

We verblijven in Hotel di Lago – gebouwd in de jaren ’30 – met fantastisch uitzicht over het meer, de heuvels en de bergen. Het hotel is volgeboekt. Vandaag is het Festa della Repubblica Italiana, het einde van de monarchie (1946) wordt gevierd. Mussolini was al enkele jaren eerder ten onder gegaan.

Een andere tijd

Vrijdag 1 juni, Ceselli - Arrone, 16 km. We wandelen in het dal van de Nera, een rivier met een merkwaardig zwarte glans door het witte, bruisende, snelstromende water. Een prachtig dal, langs twee kanten rijzen groene heuvels. We volgen de rivier. 

Naast de historische dorpjes, vaak wat hoger gelegen, komen we een ‘moderne’ papierfabriek tegen. Maar die is inmiddels alweer verlaten, de gebouwen staan er leeg bij.

Telkens weer de sensatie alsof we door een andere tijd lopen. Kleine perceeltjes waarop akkerbouw wordt bedreven, afmetingen naar Middeleeuwse maatstaf, alsof het land nog met een os geploegd wordt. Hooi, gerst en andere gewassen wisselen elkaar af, een perceel is vers geploegd.

Aan het einde van de wandeling komen we uit bij het plaatselijk voetbalstadion. Met kunstgras.

Stapje voor stapje

Donderdag 31 mei. Spoleto – Ceselli, 18 km. We klimmen het dal van Spoleto uit, 950 meter de heuvelkam op naar Forcella Castelmonte. Het is zo steil, maar stapje voor stapje gaan we vooruit. Het zijn warme dagen in Italië, na weken van regen. Overal is het onvoorstelbaar groen. De heuvels ogen fris en aantrekkelijk. We wandelen door bos en horen alleen bomen ruisen en vogels zingen. Af en toe passeren we een waterval. Wilde cyclamen, paars, en roze op de hellingen. Het mos op de rotsen is vochtig. We dalen het volgende dal in, stapje voor stapje. Er komt een aantal ruïnes voorbij met de intrigerende naam Sensati. Oude muren, nu overwoekerd. Wie heeft hier gewoond, waar leefden ze van? Ingehaald door de tijd – alles is veranderlijk, zei Heraclitus.

Roltrappen en loopbanden

Woensdag 30 mei. Spoleto. Rustdag, waarop kleine kwetsuren kunnen herstellen. Spoleto kijkt over het dal uit, aan de rand waarvan we de afgelopen dagen gewandeld hebben. Een enorme Europese subsidie heeft de oude stad een complex van roltrappen en loopbanden (alsof je op Schiphol bent) bezorgd, waardoor honderdduizenden toeristen ieder jaar op soepele wijze aan- en afgevoerd kunnen worden. Bedevaart op de loopband. Zo switchen we voortdurend van de 12e – 13e eeuw naar de 21e.

In De wereld van Sofie schrijft Jostein Gaarder over die ene oerknal, waaruit alles is ontstaan, maar waarin - als het uitdijende heelal over zijn hoogtepunt heen is - ook alles weer zal terugkeren. Geen loopband die je helpt een kijkje in het universum te nemen.

Perspectief

Dinsdag 29 mei. Castello di Campello – Spoleto, 24 km. ’s Ochtends vroeg hangt er een hele lichte nevel over het dal van Spoleto, waardoor de groene heuvels en de kleine akkers in het dal een zilverkleurige waas krijgen. Zilver is de tint die, naast de uitbundige kleuren, in deze tijd van het jaar bij het landschap past. We dalen vandaag 600 meter af.

Een slang die ligt te slapen aan de rand van een waterbak, wordt door ons gezelschap opgeschrikt. Sidderend vlucht hij over het asfalt de andere berm in.

In de kerk van Castello di Poreta zien we fresco’s uit verschillende tijden: hele vage afbeeldingen uit de 12e eeuw, en een moeder en kind met al enig perspectief, moet zeker 14e eeuw zijn. Later hebben ze er een muur voor gezet.

Waarom de schildpad de snelste is

Maandag 28 mei. Foligno – Castello di Campello, 22 km. De eerste kilometers voeren langs de suburbs van Foligno. Als er al vooruitgang is in deze wereld, dan is die niet in de voorsteden terug te vinden. Geleidelijk aan geraken we buiten de stad. Het asfalt ligt achteloos tot aan de voordeuren. Maar een doorgang onder enkele bogen brengt ons weer terug in de Middeleeuwen. Moerbei wordt aangeboden, campanula bloeit langs de heuvelranden en wilde roos.

In deze streek wordt op affiches de Italiaanse bewerking van Momo en de tijdspaarders aangekondigd. Momo leert van haar schildpad dat hoe langzamer je gaat, hoe sneller je vooruit komt, tenminste als de tijd je op de hielen zit. Het juiste tempo moet door ons nog gevonden worden. (JvB)

Madonna Esperanza

Zondag 27 mei. De eerste wandeldag van Assisi naar Foligno. Het is schitterend weer. We volgen een heuvelpad, langs het dal van Spoleto, door olijfboomgaarden. Een aantal bomen is nog in bloei, bij de rest zie je al trosjes minuscule kleine olijfjes. Zoveel bloemen langs de weg in allerlei kleuren en geuren: kamperfoelie, gele brem, rode klaproos, ereprijs. Daartussen schieten kruiden omhoog: wilde venkel, rozemarijn, en tijm die net uitbundig in bloei staat.

Onderweg verfrissen we ons aan een bron, gewijd aan de Madonna Esperanza, door een heilige dame die daar ooit in vervoering werd gebracht door een visioen van Franciscus.

De groep draagt zichzelf – of wordt gedragen door het ene gemeenschappelijke doel: over drie weken in Rome aankomen. ’s Middags wandelen we vermoeid maar voldaan Foligno binnen – hier trok Franciscus zijn kleren uit. (JvB)

Zwijgend

In de donkere, koele gewelven van de kerk van Assisi, vertellen de fresco’s van Giotto het verhaal van Franciscus en zijn tijdgenoten. Dichter bij de Middeleeuwen kun je niet komen. Zwijgzaam vertellen zij ons hun verhaal.

Harlene Anderson vertelde op Silver Bullets dat ieder mens minstens twee verhalen kent: het verhaal dat verteld wordt en het verhaal dat zwijgend in hemzelf leeft.

Met een bijzondere groep zijn we aan deze wandeltocht begonnen. Ieder zijn eigen verhaal van binnen en van buiten. Morgen (zondag) de eerste echte wandeldag.

De legende van Franciscus

Het Silver Bullets Congres zindert nog na in mijn hoofd. Maar 24 uur later zitten we alweer met 11 cliënten, fervente wandelaars, in de pittoreske Middeleeuwse omgeving van het stadje Assisi. Franciscus is hier geboren – en bracht in deze streek, het dal van Spoleto, een groot deel van zijn leven door. Tot een merkwaardige verinnerlijking kwam hij in zijn leven. Uit naastenliefde kuste hij zijn melaatse medemens.

De discussie over het nut van antipsychotica, aangewakkerd  door Robert Whitaker, laat me niet los. Bij geen ander onderwerp in de psychiatrie staan de meningen zo lijnrecht tegenover elkaar. Maar dat dit onderwerp de komende 10 jaar het debat gaat worden in de psychiatrie, daarvan ben ik overtuigd. (JvB)

Van Assisi naar Rome

In de voetsporen van de heilige Franciscus trekken we van 25 mei tot 14 juni te voet naar Rome. Met dertien man zullen we het prachtige en inspirerende landschap van midden-Italië doorkruisen. Afgelopen acht maanden hebben we elke dinsdag getraind en onze conditie opgebouwd. We laten ons meevoeren door de weg en de reis die we samen maken. Vanaf 25 mei zal via dit blog verslag gedaan worden van onze reis. We hebben er ongelofelijk veel zin in!